Direct contact? Bel: 06 - 292 658 79

Home > Blog > Geen gemaar, geen gezeur

Geen gemaar, geen gezeur

Geen gemaar, geen gezeur

Alle tekstschrijvers slaan aan op het woord ‘echter’. Dat is niet voor niks. Het is een ouderwets, stijf woord dat alle energie uit je teksten zuigt. En dat terwijl er een geweldig alternatief is: het voegwoord ‘maar’. Lekker kort en recht-toe-recht-aan. 

Toch krijgt het woord ‘maar’ steeds meer een negatieve lading.  Veel mensen vinden het maar een zeurwoord. Al dat gemaar, daar houden we niet van.

'Maar' is het nieuwe ‘echter’

Vanuit NLP zijn er hele boeken over geschreven.  Als iemand zegt: ‘Het is een mooi plan, maar we onderzoeken nog of het haalbaar is’, dan hoort een ander al snel: ‘Het is een onhaalbaar plan’.  Als je zegt: ‘Ik zou graag naar je verjaardag komen, maar ik heb het druk’, dan klinkt het als een slap excuus.

Tja… Als de wetenschap het zegt, dan is het inderdaad niet handig om het woord ‘maar’ te gebruiken.  Wat dan wel?

Zo vermijd je het M woord…

Hierbij 7 alternatieven om ‘maar’ én ‘echter’ (of ‘desondanks’, ‘doch’, ‘edoch’, evenwel etc.) te vermijden.

  1. <blanco>

Hou het compleet neutraal door ‘maar’ tussen de twee zinsdelen weg te halen en de zin op te splitsen in twee gelijkwaardige hoofdzinnen.

  • Dus niet: Het is een mooi plan, maar we onderzoeken nog of het haalbaar is
  • Maar: Het is een mooi plan. We onderzoeken nog of het haalbaar is.
  1. En

Je kunt de zin ook neutraal maken, door ‘maar’ te vervangen door ‘en’.

  • Dus niet: Het was al laat, maar overal brandde nog licht.
  • Maar: Het was al laat en overal brandde nog licht.
  1. Toch

Het woordje ‘toch’ klinkt op de een of andere manier altijd hoopvol en positief. Vermijd daarbij wel de combinatie ‘maar toch’.

  • Dus niet: Ik was woedend, maar hield me rustig OF Ik was woedend, maar toch hield ik me rustig
  • Maar: Ik was woedend. Toch hield ik me rustig.
  1. Hoewel

Tegenstellingen zijn er om overbrugd te worden. Soms is dat niet mogelijk. Het woord hoewel kan veel verzachten.

  • Dus niet: Het is niet gelukt, maar ik heb mijn best gedaan.  
  • Maar: Het is niet gelukt, hoewel ik mijn best heb gedaan.
  1. Alleen

Wil je dichtbij de spreektaal blijven en hoeft je tekst niet persé optimisme uit te stralen, dan kan het woord ‘alleen’ een handig woord zijn.

  • Dus niet: Ze wilde actrice worden, maar had geen idee hoe ze het aan moest pakken.
  • Maar: Ze wilde actrice worden. Alleen had ze geen idee hoe ze het aan moest pakken.
  1. Helaas

Soms wil je gewoon laten weten, dat er sprake is van een tegenstelling waarmee je niet blij bent. Dan kun je in plaats van ‘maar’ ook ‘helaas’ gebruiken. Dat is niet zeurderig, dat is een statement.

  • Dus niet: Het was een prachtig boek, maar de prijs ging naar een ander.
  • Maar: Het was een prachtig boek. Helaas ging de prijs naar een ander.
  1. <creatief met taal>

Tja, je kunt het ook altijd nog over een andere boeg gooien. Met een beetje creativiteit hoef je helemaal niet meer na te denken over het juiste voegwoord.

  • Dus niet: Het was een prachtig boek, maar de prijs ging naar een ander.
  • Maar: Het prachtige boek viel niet in de prijzen 

Tenslotte

Natuurlijk zijn er nog genoeg situaties waarin je het woord 'maar' prima kunt gebruiken. Denk maar aan:  ‘Hij was maar een clown’, ‘Kom maar door’, of ‘Hij heet geen Jan, maar Piet’. Die laatste is een échte tegenstelling waar geen speld tussen te krijgen is.