Wat beoordelaars écht lezen
23 februari 2026
Wat beoordelaars écht lezen
EMVI-plannen worden zorgvuldig geschreven. Er is over nagedacht, vergaderd, en er is tot diep in de nacht aan doorgewerkt. En toch sla je soms de plank mis en leest een beoordelaar iets anders dan je bedoelde. Dat komt soms omdat iemand tussen de regels door leest, of omdat dat juist niet gebeurt. Want ja, het blijft mensenwerk.
Beoordelaars doen hun werk: kritisch lezen. Het is hun taak om stukken van verschillende inschrijvers te vergelijken, en te onderbouwen waarom de ene partij meer punten krijgt dan de andere. Daarom zoeken ze naar houvast. Naar heldere maatregelen, concrete onderbouwing en aantoonbaar effect. En als ze dat niet vinden, dan gaan ze ernaar op zoek. En daar gaat het vaak mis.
1. Dit plan had ook voor een andere opdrachtgever kunnen zijn
Als bedrijf zoek je aanbestedingen uit die je ook kunt winnen. Je hebt de ervaring, de kennis en de capaciteit om de opdracht goed uit te voeren. Met een product of dienst die zich in de praktijk heeft bewezen, en waar je helemaal achter staat.
Dat is sterk, maar wees terughoudend in hoe je het opschrijft, want alle aanbestedende diensten zien zichzelf als unieke organisaties met een hele specifieke vraag. Te snel schermen met “vergelijkbare opdrachtgevers” of een “beproefde aanpak” wekt dan eerder weerstand op dan vertrouwen. Leg dus niet de nadruk op wat je eerder hebt gedaan, maar op hoe je die ervaring toepast op hún situatie.
2. Ze hebben de uitvraag goed gelezen, maar snappen ze ook wat er staat?
Wanneer je de uitvraag als leidraad neemt en daar netjes op aansluit in je antwoorden, help je de beoordelaars om snel te vinden wat ze zoeken. Dat waarderen ze, maar zorg dat het geen truukje wordt. Als je steeds verwijst naar wat er al ligt, dan kan de beoordelaar ook gaan denken: je hebt de uitvraag goed gelezen, maar wat ga je eraan toevoegen? Begrip zit niet in herhaling, maar in duiding. In laten zien dat je verder kijkt dan de leidraad en de context meeneemt in je aanpak.
Een van de laatste EMVI plannen die ik schreef, ging over het beheer van een gebouw dat op een druk verkeerspunt ligt. Dat stond niet expliciet in de leidraad, maar heeft wel grote invloed op het dagelijks gebruik van het gebouw. Door in het plan maatregelen op te nemen die rekening hielden met de verkeersdrukte en de gebruikers van het gebouw, tonen we aan vertrouwd te zijn met de omgeving en de doelgroep. En dat is wat de beoordelaar zoekt: het bewijs dat je de opdracht scherp hebt en je aanpak daarop afstemt.
3. Mooi verhaal, maar wat levert het nou écht op?
Veel EMVI-plannen gaan uitgebreid in op de maatregelen die de inschrijver neemt om de doelen van de aanbestedende dienst te bereiken en de onderbouwing daarvan. Een tip: laat het niet daarbij, maar maak ook expliciet wat het resultaat van de maatregelen is. Anders moeten de beoordelaars dat zelf invullen en dat doen ze niet graag. Alleen aantoonbaar effect telt mee.
Een voorbeeld: Je schrijft een plan van aanpak over de renovatie van een weg. Een van de selectiecriteria is het beperken van overlast voor omwonenden. In het plan beschijf je verschillende maatregelen die daaraan bijdragen: de werkzaamheden gefaseerd uitvoeren, het verkeer omleiden, de buurt tijdig informeren en de boel ’s avonds netjes achterlaten. Wat is het effect van dat alles? Minder overlast! Logisch toch?
Niet voor de beoordelaar: die wil dat je voor elke maatregel duidelijk aangeeft wat het oplevert. Anders hoeft hij er geen punten voor te geven!
4. Kunnen? Dan kan het dus ook níet
Met ons vaste team van 5 gecertificeerde medewerkers kunnen wij alle meldingen binnen 4 uur oppakken. Lekker smart toch? Een vast team, 5 gecertificeerde medewerkers, 4 uur responstijd, wat wil je nog meer? Nou, commitment! Beoordelaars zijn allergisch voor het woord kunnen. Ze willen niet weten wat je kunt, maar harde toezeggingen en beloftes. Als in: Ons vaste team van 5 gecertificeerde medewerkers pakt alle meldingen binnen 4 uur op. Vermijd dus het woord kunnen.
Wil je toch enige flexibiliteit behouden? Zeg dan wat je gaat doen, maar maak het nog niet helemaal smart. Voeg bijvoorbeeld toe: Na gunning maken wij concrete afspraken over de exacte doorlooptijden. Zo kom je overtuigend over, zonder jezelf onnodig vast te zetten.
5. Ambities en doelen. Heel goed!
Woorden doen ertoe, dus gebruik ze slim. Beoordelaars houden instinctief van woorden als doel, ambitie, realiseren of bereiken. Die geven hen het gevoel dat er een doordacht plan ligt en dat er gestuurd wordt op harde cijfers. Let dus op de gevoelswaarde van je woordkeus. Neem de volgende zinnen.
|
Wat er staat |
Wat de beoordelaar denkt |
|
Wij realiseren 30% klachtenreductie |
Yes! Daar gaan we ze ook aan houden. |
|
Ons doel is 30% klachtenreductie. |
Goed zo. Dat is concreet en meetbaar. |
|
Onze ambitie is 30% klachtenreductie. |
Mooi, ze zijn er serieus mee bezig. |
|
Ons streven is 30% klachtenreductie. |
OK, ze gaan hun best doen. |
|
We willen 30% klachtenreductie. |
Ja, dat willen we allemaal wel. |
|
Wij proberen 30% klachtenreductie te realiseren. |
Dat wordt niks. |
Woorden die eigenaarschap uitstralen, geven de lezer het gevoel dat ze te maken hebben met een professionele partij die verantwoordelijkheid neemt voor het resultaat. Precies wat ze zoeken.
Tot slot
Schrijven is een vak. Lezen ook. Maak het de beoordelaar dus gemakkelijk om te vinden wat ze willen weten, te begrijpen wat je bedoelt, en te verantwoorden waarom je hoog scoort.
Want uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een beoordeling die klopt en een plan dat wint.